|
|
Een chinese kok aan wie ik vertelde dat mijn zakpoppetje van jade was
gebroken, zei me dat ik het niet erg moest vinden. Breuk of
verlies van een juweel bespaart je ander ongeluk, legde hij me uit.
Er stond je wat te gebeuren, maar dat ongeluk verdween
met het juweel uit je leven. Als je een ring verliest en iemand anders vindt hem,
dan draagt die vanaf dat
moment met de ring ook het lot dat jou bespaard is gebleven.
Sindsdien treur ik minder lang om zo'n verlies.
In “Laughter in the Dark” van Vladimir Nabokov vertelt de charmante schurk van het verhaal over een man die een diamanten manchetknop verliest ergens op de wijde blauwe zee. Twintig jaar later op exact dezelfde dag, kennelijk een vrijdag, eet hij een grote vis -- maar er blijkt geen diamant in te zitten. “Dat vind ik nou het leuke aan toeval”, besluit de verteller. Ik heb een grote gouden ring gevonden. Ik wil hem niet hebben, wil er alleen maar op passen tot ik de eigenaar heb gevonden. Ik vermoed dat het een man is, want ik vond de ring langs de oever van een wildwaterbaan waar vooral mannen sporten. Bij de start raden instructeurs de deelnemers aan om ringen en kettingen af te doen, om te voorkomen dat de roeiers ermee blijven haken achter peddels, aan elkaar of aan obstakels in de stroomversnelling. De sporter heeft de ring van zijn vinger getrokken en in bewaring gegeven aan een vriend, die langs de kade wandelde, zijn kleine camera uit de binnenzak haalde en pas later in de gaten kreeg dat de ring mee de zak uit rolde om in het zand tussen twee stenen te wachten tot ik hem vond. Maar waarom is de ring niet als vermist opgegeven? Ik heb de mensen van de wildwaterbaan verteld dat ik hem heb, de politie heb ik een mail gestuurd. Maar niemand heeft zich gemeld. Ik wil die ring niet! Misschien moet ik 'm, verstopt in een tot deeg gekneed stukje brood, voeren aan de nijlbaarzen in een kwekerij, zodat de ring ooit ergens op tafel komt. |
|