|
|
Iedereen gaat wat doen die week. Het wordt een beetje een chaos, maar wel één zonder oorlog, want wat heeft het voor zin een ander land te bezetten als alles binnen een week wordt opgeheven? Waarom iemand doden die net als jij binnen een paar dagen ophoudt te bestaan? Mensen zoeken elkaar op, raken in gesprek over die dingen die ze nog wilden zeggen voor het te laat is, anderen trekken zich terug, denken na. Acteurs spelen hun beste rollen op straat, schilders geven hun mooiste doeken weg en schilderen een nieuw laatste werk, bevrijd en met de zekerheid dat het gezien gaat worden door degene die alles ziet. En dan is de laatste dag daar. Iedereen is stil, dankbaar voor die week waarin velen voor het eerst hebben geleefd, een week die nooit was geweest als alles gewoon was doorgegaan. Iedereen voelt het leven, en neemt waar dat God hen ziet, en met mildheid, liefde, humor en ook iets van trots kijkt naar wat ze die week hebben beleefd en tot stand gebracht. De dag duurt langer dan anders, Maria heeft meer tijd nodig alles en iedereen te zien, afscheid te nemen. Dan kijkt ze op, ziet hem in de ogen, en allebei zijn ze ontroerd. “Het was mooi,” zegt ze, “je hebt het goed gedaan.” “Weet je wat,” antwoordt hij haar, “zullen we ze dan maar laten doormodderen?”
Wat ga jij die week doen?
|