Home


Waarom


Een week voor ik tien werd, overleed mijn vader. Hij werd ’s ochtends vroeg wakker, stond op, voelde zich niet goed en hij liep weer terug naar bed. “Mies, ik ga” waren zijn eerste en bijna laatste woorden van die dag.

Terwijl mijn moeder met de dokter belde, was ik even bij hem. Hij lag dwars op het bed, hij had het verschrikkelijk warm en vroeg me de deur naar het balkon open te zetten. Hij pakte mijn hand en keek me aan. Vroeg hij zich af wat hij me kon zeggen? Hij zei alleen mijn naam.

Vaak heb ik in de ruim veertig jaar nadien geprobeerd me zijn blik van dat moment te herinneren.

Toen ik zelf een kind van vier had, ontmoette ik mijn beste vriend. Een oudere man met wie ik begon te corresponderen. Eerst wekelijks, daarna stuurden we elkaar elke dag een brief en uiteindelijk faxten we elkaar korte teksten door de dag heen als we niet samen konden zijn. We schreven ook columns die her en der werden gepubliceerd en richtten een klein woonkantoor in waar we ieder apart en ook samen konden werken. Hoewel we vaak plezier hadden, was zijn blik meestal ernstig en als we tegenover elkaar aan tafel zaten, kon hij wegdromen en zijn ogen keken dan onpeilbaar droef en kalm tegekijk. Als ik hem zo dichtbij en zo onbereikbaar zag, voelde ik hoeveel ik van hem hield en hoe onbekend de wereld achter zijn ogen kon zijn.

Bijna tien jaar waren we samen toen hij aan het einde van de ochtend uit de trein stapte en me vertelde dat hij zijn einde voelde naderen. Hij probeerde mijn ongerustheid en die van zichzelf te bezweren door grapjes te maken over “de grote vakantie” die er voor hem aankwam. Laat in de avond belde hij me om te zeggen dat hij zich echt heel beroerd voelde en even later werd ik gebeld door onze huisarts die hem aan de telefoon had terwijl hij “wegviel”. Ik ging er snel heen maar was te laat. Zijn ogen waren open maar zijn blik was weg.

Van hem zijn wel foto’s en films bewaard, maar niet de blik die ik zag wanneer hij zo vertrouwd dichtbij en toch vreemd ver weg was.

Een jaar heb ik nog alleen doorgeschreven, op zoek naar mijn makker in de zinnen die ik bedacht, daarna leek het voorbij. Pas de laatste paar jaar ben ik weer gaan schrijven, nu in combinatie met beelden die ik meestal zelf maak. En soms staan die beelden op zichzelf.

Ik zoek nog steeds die blik, merk ik, en zo ontstaat een serie close ups van mannen die me opvallen. Ze kijken ernstig. Niet speciaal zorgelijk, al word ik weleens ongerust van hun uitdrukking. Ik ben onder de indruk van de rust en de waardigheid die ze uitstralen, een kalme volharding die geen woorden heeft.

Een paar van deze portretten staan online en ik blijf zoeken, verzamelen en afdrukken.