22 september 2007
|
|
De hal waar de vuilniswagens hun vracht lossen ruikt
naar afvalcontainer maar verderop is de lucht fris. De diepe bak waar
alles in terecht kwam is zo groot als een flatgebouw en twee reuzengrijpers
graaien er traag hun lading uit.
Dertig jaar geleden begonnen ondernemingen met grootschalige vuilverbranding en hoewel het proces in wezen simpel is (afval sorteren, deels verkopen, deels composteren, deels de fik erin, uit het vuur energie opwekken) hebben verschillende bedrijven hun eigen aanpak ontwikkeld. Een ingenieur van de ene vuilverbrander kan daardoor niet blind de weg vinden binnen de installatie van een ander. Sorteren van de troep voor en na de vlammenzee levert vondsten op: gouden ringen, koperdraad, een pistool en metalen heupgewrichten. Hoe komen die heupgewrichten daar? Met heup en al in een container gegooid? Zat tante nog aan haar heup op dat moment? Leefde ze nog toen ze discreet onderin werd gelegd en toegedekt? Zijn de ringen van haar? Bovenin de controlekamer staan beeldschermen vol informatie over alle onderdelen van de installatie en veel procesgegevens worden op een achterwand geprojecteerd. En er is wat nieuws bij, sinds kort. “Na lang wachten is dan eindelijk het voortschrijdend gemiddelde van de emissiemetingen te zien,” staat er op een memo die ik zie liggen. Vanaf nu kunnen de operators op staafdiagrammen onder andere zien wat op dit moment de uitstoot is, welke emissie is te verwachten en ook geven pijlen aan of de waardes oplopen of terugzakken. De staaf die het daggemiddelde moet aangeven werkt nog niet goed en Multi Instruments gaat daar wat aan doen. Grenswaarden worden nu bewaakt zodat er wat aan kan worden gedaan als er teveel uitstroom van het een of ander is of als het toegestane dagmaximum is bereikt. Ik kan wel doen alsof ik weet waar dit over gaat, maar ik heb geen idee. Het nieuwtje maakt het werk wel leuker want Hans besluit zijn bericht aan de mannen zo: “Met deze informatie hoop ik dat jullie nog meer stookplezier gaan beleven.” |
|
|
|