12 september 2007
|
|
Sam en Eva noemen zich zusjes van elkaar, al zijn hun ouders
geen familie. Er is iets merkbaar vanzelsprekends aan hun
band die meer is dan vriendschap.
“Eva deed het derde jaar op de basisschool over
omdat ze nog erg speels was,” vertelt Sam, “en sinds die
tijd ben ik het oudere zusje van ons twee.”
Eva zit in het laatste jaar van de basisschool en Sam is net begonnen aan de middelbare school. “Mijn broer zat daar al en dat was wel prettig want het is nogal een grote school met tien brugklassen,” vertelt ze. Als ze de eerste dagen de weg op school niet kon vinden, was haar broer daar. En als ze zich ’s avonds zorgen maakt over het huiswerk, kan ze in zijn oude schriften bladeren, niet om af te kijken maar omdat het haar geruststelt. Het is te doen, het is al eens gedaan.
Eva borstelt het haar van Sam en maakt er een strak staartje van. Ze vertelt
dat ze een ander schooladvies heeft gekregen maar ze wil volgend jaar
toch graag naar dezelfde school als Sam. “Kun je een CITO toets
overdoen?” vraagt Eva, “want ik ga nu bijles nemen.” We praten verder over speelsheid. Jongens zijn langer speels dan meisjes, zo lijkt het. Ik zeg dat het mij lijkt dat kleine jongens moeten spelen, daarna wil iedereen dat ze opschieten en serieus worden en als ze eenmaal volwassen zijn is het weer fijn als ze ook nog speels zijn gebleven. Maar het moet natuurlijk weer niet te gek worden. We stellen ons voor dat een vrouw haar speelse man om half tien ’s avonds met een spannend verhaal in bed stopt en hem de volgende dag achterop de fiets naar zijn werk brengt. Eenmaal binnen is hij de bedrijfsleider van de supermarkt, maar thuis is hij weer een jongetje. En soms houdt ze hem een dagje thuis. Ik lach erom, Eva kijkt naar Sam met een blik van ‘laat hem maar even, het houdt vanzelf op’ en Sam vertelt dat het verhaal haar doet denken “aan mijn opa, die voor hij dood ging lang dementeerde. Die werd steeds meer zoals jij vertelt van die man en dat was niet zo leuk.” |
|
|