Home

Smal (The Roads Not Taken)

2 maart 2007


Een vriend en ik gaan er een paar dagen op uit. Hans, een fotograaf, wil zijn hoofd wat laten doorwaaien, willekeurig wat beelden vinden en ik wil van hem leren. Als eerste doel kiezen we de gigantische afgraving van Hambach in Duitsland, maar we wijken flink af van de weg die het navigatiesysteem ons aanbeveelt. Zo rijden we door veel grauwe steden, beelden die we voorbij laten glijden.

Bij Hambach regent het. Onder donkere wolken staan we aan de rand van het kilometers wijde en honderden meters diepe gat in de aarde. Met het oog nauwelijks te bevatten en met de lens vandaag niet te vangen. Graafmachines zo groot als flatgebouwen staan nietig in de diepte op grote afstand van elkaar en ze grommen zachtjes. Een somber koor.

Vanaf een brug in de buurt kijken we naar een lopende band met goudgele aarde. De kaarsrechte band is zo lang dat deze aan de ene kant over de kromming van de aarde verschijnt en aan de andere kant pas aan de horizon verdwijnt. Naast de band kunnen de grote machines rijden maar er is geen teken van leven. Iemand heeft de band stil gezet.

We eindigen de dag in Malepartus, de herberg van Margarethe Müller in het gehucht Heimborn. Buiten het zomerseizoen is het er door de week stil, maar op zondag is het volle bak met Hausgemachte Kuchen und Torten en aan het eind van de dag Grosses Schlemmerbüffet, alles bereid door de montere dame zelf, Barbara uit Polen en als het druk wordt collega's uit de buurt. Uit de wijde omgeving komen vooral ouderen daarheen voor de wekelijks reünie. Ik ben er kind aan huis sinds ik er ooit strandde toen de wegen door sneeuw onbegaanbaar waren geworden.

We zijn de enige gasten. De volgende ochtend maak ik een foto van de gang en Hans vindt op een tweepersoonskamer een perfect harmonisch beeld: een strak opgemaakt bed, vier kussens aan het voeteneinde, kastjes aan weerszijden, een reproductie van een zigeunermeisje aan de wand en iets uit het midden daaronder een zwart doosje.

We lopen langs de enkele korte straatjes die de huizen van Heimborn verbinden. De meeste woningen zijn extreem schoon en ordelijk, met onwaarschijnlijk strakke tuintjes. Een kat sluipt er over de kiezels tussen plantjes, zo voorzichtig alsof het bang is een steentje te laten rollen. In contrast daarmee is het huis van de bloemiste, een vrouw die achter haar huis bezig is grafkransen te vlechten. Overal liggen oude spullen, delen van karren, metalen geraamtes van landbouwmachines, kinderspeelgoed, in een beheerste wanorde. Naast hun huis staat een brede ronde houten toren, hoger dan het huis zelf, met er bovenop een stapel autobanden. De planken die de toren bijeen houden hangen los en het bouwsel wacht zo te zien op een goeie storm.

Langs een stoeprand zie ik een witte stip die er muurvast is ingeslagen. Grenz Punkt. Misschien was hier ooit een dispuut tussen twee buren over de vraag of de grens tussen hun gebieden ligt onder het hek van de een, onder dat van de ander of er tussenin. Het niemandsland tussen de hekken is aan de rechter buur toegewezen.

We wandelen door het bos, langs een brede stroom en kijken naar omgevallen bomen en bomen die aan de waterrand tot vreemde vormen zijn vergroeid. Ik word weemoedig van de paden, waarlangs her en der borden staan voor sportieve wandelaars, aanwijzingen over rechtop lopen, diep inademen, de armen flink laten meebewegen. Langs zulke paden heb ik hardgelopen, maar niet hier. Op de diagrammen staat een man zonder kleren en zonder geslachtsdeel, alsof een pop voor botsproeven is ontsnapt en aan nordic walking is begonnen.

De volgende dag gaan we kijken bij een park waar ooit naar basalt en ander gesteente werd gegraven. Een door mensenhand gemaakte krater in hard steen waar nu een koel meertje is omschaduwd door de rotswanden. Een gestorven locomotief staat dicht naast de wal met gaten waardoor het ooit werd volgeladen.

Later, op weg naar huis, wandelen we rond een klooster waar niemand is te vinden. De hagelwitte kapel bewaart de stilte, samen met de muur van de kloostertuin. Een smal pad er tussendoor.

Ik realiseer me dat ik elke dag smalle paden heb gezien, in plaats van het hemelsbrede uitzicht over de opengelegde aarde. Zo smal en lang dat de camera kantelde.