|
|
|
Vriend Frits vertelde me over een park waarin hij als kind veel speelde en ik reed
daarheen om er foto's te maken. Zijn reactie:
“De foto's van De Pauw scherpen mij weer eens in dat mijn hoogtijdagen voorbij zijn. Mijn wereld van vroeger verandert en vervalt, en ikzelf daarbij. “De leeuw die mij als kleuter vroeger in de zon meedroeg op zijn rug door het park, stralend rondblikkend naar de omstanders alsof ik zijn eigen zoon was, ligt nu melancholiek voor zich uit te staren, de blik terneergeslagen, met doffe ogen. Een oude leeuw. Gelukkig hoeft hij niet toe te kijken hoe verderop een ordinaire volksvrouw zonder enige gêne haar onderlichaam staat te wassen in de vijver van wat eens een prinselijk jachtslot was. “De Nikè draagt nog haar lauwerkrans naar de overwinnaar. Welke overwinnaar? De perken voor haar voeten liggen er overwoekerd bij. Niets is er over van de strakke geometrie van kortgemaaid gazon en strakgesnoeide struiken van weleer. Het strijdperk is verwaarloosd, de helden zijn vergeten. “Wassenaar is Wassenaar niet meer.”
O weemoed van een verloren jeugd die nooit geweest is,
en die voor eeuwig stilstaat in de tijd
|
|
|
|
|