|
|
De poezen zijn jaren geleden ergens in de bergen gevonden,
grote muizen nog, verlaten, te ondervoed om te piepen en
stervende met dezelfde overgave waarmee ze anders hadden gespeeld.
Marijke nam ze mee en zoals ze niets half kan doen, besteedde ze elk
moment en al haar middelen om deze dieren te laten leven.
Loom bewegen ze door het huis. Eten doen ze op een plek die ik niet ken, over hun kattenbak wordt gezwegen, die is elders waar de gast niets te zoeken heeft. Als het regent blijven ze binnen en ook als de zon schijnt vinden ze het binnen wel zo rustig. Als ze op bed mogen slapen doen ze dat maar als een deur gesloten blijft voelen ze zich te goed om aan de deur te krabben. Ze vragen niets en hebben alles. Intuïtief weten ze welke stoel de beste is, die met de langste geschiedenis en daar liggen ze graag. De oude stof is ook de beste om hun nagels aan te scherpen. |