Home


Mess

24 juni 2007


Wandelend in een park kom ik voorbij een verlaten villa waarin twee mannen aan het werk zijn. Ze dekken de fraaie tegelvloeren af voordat het restauratiewerk kan beginnen. Er liggen ook mooie parketvloeren maar die zijn in de loop van de tijd zo dun geworden dat ze waarschijnlijk niet meer gered kunnen worden.

Er hebben vroeger militairen gehuisd. De voormalige officiersmess is goeddeels onttakeld en de zon straalt er binnen, op zoek naar gouden stressen. Er is een betegelde schouw met open haard, maar de restaurateur heeft het gevoel dat die tegels jonger zijn dan de schouw. “Oude tegels kijken donkerder”, legt hij me uit. Tussen de vele figuurtjes kruipt, dicht bij het vuur, een salamander.

Bovenin het trappenhuis wordt het licht gefilterd door glas in lood. Als die straks schoon zijn, de trappen weer bekleed, en is vokomen stil in het huis... dat moet magisch zijn, de rust en die kleuren overal.

Boven op zolder ligt een boodschappenbriefje, achterop een kalenderblad van dertig jaar geleden. Er wordt een feestje voor veertig man gevierd. Drumsticks, kalfsoesters, slavinkjes, Amserdamse uitjes, champignons, stokbrood, aan alles wordt gedacht, ook aan houtskool, wegwerpborden en bestek.

Er ligt ook een document getiteld “Aanwijzing m.b.t. de draagwijze en het (gebruikers-) onderhoud van de regenkleding en -schoeisel: In de zakken van de regenkleding mogen géén zware en/of scherpe puntige voorwerpen worden meegevoerd. Na gebruik dient met een vochtige lap grondvuil van jekker, broek en overlaarzen worden verwijderd waarna de artikelen de gelegenheid moeten krijgen op te drogen. De regenkleding mag onder geen beding thuis worden gewassen of chemisch gereinigd.”

Ik begrijp niet meer waarom ik er destijds bezwaar tegen had om bij de krijgsmacht te gaan.