|
|
“Ik zag dit in de buurt van je hotel liggen (2,6km):” mailt Robert me vanuit Nederland,
“Lykavittos, Aristippou 114 71 Athina, ATTIKI. N37 59.057 E23 43.608. Ziet er volgens Google Earth grandioos uit.”
Dat is wel een idee. Hij kijkt in Nederland naar satellietbeelden van hier, vindt een plek die er vanuit de ruimte mooi uitziet en ik ga er te voet naartoe om hem beelden vanaf de grond te laten zien. Zonder mijn kleine navigatie-apparaat zou ik elke honderd meter verdwalen en ook nu is het handig dat het adres in het geheugen staat. Eerst een beker cappuccino halen en dan op pad. Het is nog koel maar het ruikt alsof het een warme dag is, dus ik laat mijn jas op de kamer. Op allerlei plekken proberen mannen wat te verkopen. De een staat met drie paar nylonkousen in de hand, een ander staat bij een etalageruit en werpt er plakkerige poppetjes tegen, die vallend lijken te klauteren. Herensokken en hemden, over de prijs kan worden onderhandeld maar ik zie zelden iemand wat kopen. Hoe ze ooit genoeg kunnen verdienen voor huur, eten, kleren en meer is me een raadsel. Misschien weten ze het ook niet. Er zijn veel stadgenoten die de strijd hebben opgegeven en dakloos in een roes door het leven gaan, zich mee laten drijven. Op een drukke weg doet een oude zwerver een paar stappen naar de overkant en dan lijkt hij ook dat doel te vergeten. Hij gaat langzaam zitten en legt zich voorzichtig neer op straat, tussen het verkeer. Zijn lange haren zijn samengeklit en vormen een hoofdkussen. Ik vraag me af wat ik kan doen, maar ik weet het niet. Iedereen lijkt hier langs elkaar heen te leven, wat een voordeel kan zijn. Bijvoorbeeld gisternacht in een donkere winkelgalerij, waar een jonge zwerver uit het trapportaal van een afgesloten kelder kwam geklauterd, op me af kwam maar langs me heen liep, alsof we in verschillende werelden wonen. Of in de drukke steegjes die me in het begin gevaarlijk leken. Vrouwen die tegenover elkaar op de stoep zitten met zakken aardappelen en uien voor zich, en om de beurt op hoge klagende toon hun aanbieding roepen. Mannen in grote groepen bij elkaar die opgewonden zijn over iets dat ophanden is, een loterij of wedren misschien, want de meesten van hen houden formulieren in de hand. Junks die alleen of met een ander tegen een muur zitten uit te blazen alsof ze net een geweldig pak slaag hebben gehad. Niemand lijkt iemand van de andere groep te zien en in mijn eigen onzichtbaarheid, als toerist buiten het toeristengebied, ben ik veilig. Een man is de oude zwerver te hulp geschoten. Hij staat nu tussen de liggende man en het tegemoetkomende verkeer en gebaart tegen de bestuurders dat ze moeten uitwijken. Ik bied hem aan dat we de man optillen en naar de stoep dragen maar daar wil hij niets van weten. Anderen vloeken tegen hem, voetgangers en automobilisten, en verwijten hem dat hij zich met andermans zaken bemoeit. Er is hier niets voor me te doen. Een trap van straatlengte klimt een berg op, hoge witte huizen en flats aan weerszijden. Het is hier ooit luxe geweest maar nu staan veel winkels leeg en in de plantenbakken naast de trap ligt veel rommel. Een uitgebrande villa met statig balkon is te koop gezet. Dan kom ik aan bij de groene berg die er vanuit de ruimte zo mooi uitziet. Wandelpaden slingeren tegen de berg op. Aan de schaduwkant van de berg herken ik op een paar rotsen plekjes waar korstmossen zouden kunnen groeien en inderdaad zijn ze er. Kleine vlekjes, eilandjes van enkele centimeters die me van heel dichtbij fascineren, met hun bizarre vormen en hun bescheiden hardnekkigheid, hun vermogen plekjes te vinden om voort te kunnen bestaan, onbelemmerd te leven, niets tekort te komen juist doordat er bijna niets nodig is. Bovenop de berg is er het uitzicht dat viel te verwachten. De lucht is niet erg helder en de Acropolis, vlakbij, lijkt in mist gehuld. Op het terras zitten stelletjes te genieten van de zon. Een man maakt stennis bij de ober, want hoe kan een kop koffie zo duur zijn? Ik kan de lakonieke kelner niet verstaan, maar de discussie is meteen gesloten, de gast betaalt. Op het bovenste uitkijkplateau zit een oude man in de felle zon met kralenkettingen. De goedkoopste kost een euro, staat er op een briefje. Een andere man loopt met een Polaroid camera die zijn beste tijd heeft gehad en hij vraagt iedereen of hij een portretfoto van ze mag maken. Niemand gaat erop in, men maakt zelf foto’s, met compacte digitale camera of mobieltje. Onderweg terug naar beneden zie ik een oma die uitblaast van de klim, met haar kleindochter naast zich. Spasiba, zegt ze tegen me, Russisch voor alsjeblieft en haar kleinkind kijkt me onderzoekend aan. Ik groet hen zo vriendelijk als ik kan en ze lijken opgelucht dat ik hen geen foto probeer te verkopen. |
|
|
|