Home

Kelkrunen

23 maart 2008


November 2007. In Arizona koop ik een seed pod, keramiek in de vorm van een vliegende schotel, gemaakt en beschilderd door Indiaanse keramisten van de Tacoma stam die het vak van hun ouders leren en ieder hun eigen handschrift ontwikkelen. Onderop de pod die zo klein is dat hij goed in je handpalm past, staat de naam van de maker en op markten voor volkskunst kun je persoonlijk langs bij je favoriete keramist om recent werk te zien. Ik vind de vorm en de patronen waarmee de vorm wordt gedecoreerd zo ongebrijpelijk en mooi dat ik er één koop voor mijn vriendin. Ik pas wel op er niet méér te kopen, want ik voel het gevaar dreigen dat ik een fanatieke verzamelaar ga worden. Later krijg ik er van een vriend twee nagestuurd.

Maart 2008. In de wand van het schoolgebouw van het indianendorp Galibi in Suriname zie ik twee geglazuurde tegels met tribale patronen. En ook hier vind ik de symmetrie, de verschillen, de schijnbare eenvoud en de raadselachtige kracht fascinerend. In de winkel met spullen voor toeristen is niets te vinden dat erop lijkt en de gids vertelt me dat ze die tegels en die patronen ook niet meer maken. “Onze grootouders deden dat,” zegt hij, “het is al oud.”

In Paramaribo kom ik tijdens een stortbui bij een overdekte markt. Veel van wat er in potten, bekers en manden wordt aangeboden is me onbekend. Als ik in een druk gangpad staar naar een stapel kalebassen waar patronen in zijn gekerfd, loopt er achter me een vrouw langs die plagend zegt “dat ga jij niet kunnen betalen meneer, véél te duur...”
Ik koop er toch een paar. Op een ervan staat een vis in strakke lijnen gestileerd. De andere heeft op de binnenkant een spiraal met aan de buitenkant symbolen die me intrigeren. Een soort schild, of een kelk, en letters als runentekens. Ik zie het woord PAZ. Zou dit werk zijn dat teruggrijpt op oude tradities en betekenissen?

Het blijft hozen. Teruglopen naar het hotel is nog geen optie. Sommige kraamhouders vinden het irritant dat ik hier loop met mijn camera. Ik kan me ook wel voorstellen dat ik er als een lompe koloniaal bijloop, met grote ogen kijkend naar alle drukte om me heen. De een wil me beschilderde veren verkopen en ik zou niet weten wat ik daarmee moest doen, de ander wil dat ik ophoepel.

Dan kom ik bij een kleine keuken waar vrolijke meiden me binnenroepen. Ze willen dat ik foto's van ze neem en ze moeten erg lachen om mijn “oké”.
“Oké, oké,” roepen ze naar elkaar. Ik bestel een maaltijd en zit in de deuropening met bord op schoot. Achnieta en Sharon geven me hun adres en MSN namen zodat ik straks hun foto's kan opsturen en ze hebben pret omdat ik zo zit te genieten van de gebakken rijst met bonen en kip. Ik laat ze de kalebassen zien, ook die met de symbolen waarvan ik hoop dat het misschien een oud schild met vredestekens voorstelt. Hilariteit als we zien wat het is: een simpele tekening van een bierglas en de woorden PARBO BIER.