Home

IPB-Paramaribo

27 maart 2008


Een buitenkans, deze trip naar Paramaribo. Ticket voor symbolische prijs, wellicht 'n stuk meevliegen in de cockpit, hotelkamer en leuk gezelschap. Alleen: misschien ga ik helemaal niet. Ik mag mee als bekende van vriendin Wil, een KLM stewardess die aan boord werkt. Mijn status is IPB, Indien Plaats Beschikbaar en de man die op Schiphol uit zijn werkamer stapt met in zijn hand een lijst namen van IPB'ers kijkt hoofdschuddend naar mijn lage notering. Tiende van onderen. Om mij heen zitten families, koppels en andere eenlingen te hopen op hun kans. Een man die wordt geroepen is net even weg en een ander rent in zijn plaats door de douane naar de gate. Even later ben ik ook op pad. Nog is mijn plek niet zeker maar vlak voor vertrek zit ik dan toch in een luxe stoel bij het raam van een kleine kamer met twee bedden links achter de cockpit.

De captain en zijn copiloot blijken als jongens nog les te hebben gehad van Hans Groeneveld, een zweefvlieginstructeur die ook mij heeft leren vliegen. Als we over de Azoren vliegen, hebben we vanuit de ramen voorin een mooi uitzicht. Daar ver beneden ons zitten luchtverkeersleiders. Lijkt me een mooi maar ook eenzaam beroep, vliegtuigen de weg wijzen waarvan er zelden een landt.

Niet dat het op Zanderij, het vliegveld van Suriname, druk is. Als onze 747 landt, is het alle hens aan dek maar als het vliegtuig is schoongemaakt en de vertrekkende gasten zijn ermee weg dan ligt het veld er weer verlaten bij en is iedereen naar huis. Al een jaar of vijftien is het vliegveld in renovatie zonder dat er voor het oog van de vaste bezoekers veel verandert. Voluit heet het Johan Adolf Pengel International Airport maar de verlichting van de eerste drie woorden is uitgevallen. In de drukte op het plein achter de luchthaven probeert een man als verstekeling mee te komen maar hij maakt zich uit de voeten als de captain hem vertelt dat hij niet van grappen houdt. Dan rijden we weg en het blijkt nog een flink eind naar Paramaribo. De Amerikanen hebben het vliegveld in de Tweede Wereldoorlog ver buiten Paramaribo aangelegd en daarna is niemand serieus van plan geweest om een landingsbaan dichterbij aan te leggen.

Bij de receptie van het hotel treffen we Robbie Robles, een reus van een man, ruim boven de twee meter lang. Zijn moeder was jaren geleden al de vaste organisator van trips naar de binnenlanden van Suriname en sinds haar overlijden heeft Robbie de kostwinning van haar overgenomen. Het is de tijd van schildpadden die 's nachts eieren leggen op het strand in het oosten aan de monding van de Marowijnerivier en met een groep van acht besluiten we om mee te gaan. Het is dan al laat in de avond en Robles heeft de nacht nodig om de trip voor te bereiden: bus en chauffeur, boot en schipper, genoeg eten en volop drinken, alles voor een prijs waar je in Nederland geen hotel voor binnenkomt.

De volgende ochtend laat Robles de bus eerst stoppen bij een geldwisselkantoor. Dat wil zeggen een caféhouder die betere tarieven hanteert dan andere instellingen. Daarna stoppen we bij een winkel langs de weg bij Stolkertsijver, waar een beweeglijke kleine aap zin heeft om met de gasten te spelen. Hij zit aan een ketting, mag ook weleens los maar ik kan me voorstellen dat hij binnen vijf minuten meer chaos kan veroorzaken rond de kraam met groente en fruit dan zijn baas in een uur kan opruimen.

Een deel van de weg is redelijk maar op veel plaatsen zijn grote gaten. Het is de kunst, merk ik, om flink hard te rijden, juist op tijd te remmen en tegenliggers niet te snel gerust te stellen. Ramkoers aanhouden, op het laatst uitwijken en vriendelijk groeten. Robles vertelt dat Frankrijk heeft aangeboden om een groot deel van deze weg in de richting van Frans-Guyana op te komen knappen. Hij moppert op de eigen Surinaamse regering die het er lang bij heeft laten zitten, maar die nu met de verkiezingen in aantocht aanstalten maakt om tenminste verbetering te beloven. Ik vind het mooi van de Fransen maar als ik later lees dat Frankrijk het minder nauw wil nemen met de grenzen, dan kan ik me wel voorstellen dat het voor hen praktisch is om alvast in het nieuwe land rond te rijden zonder schade aan de vering van de Citroen.

Bij Albina aan de Marowijnerivier parkeren we de bus en stappen we over in een lange smalle boot. De zon schijnt tussen de wolken door nog genoeg om van te verbranden, maar we krijgen ook buien en er staat een stevige wind. Drie stewardessen voor ons zitten goed, met een grijs plastic dek dat ze als een tent over zich heen kunnen trekken wanneer het al te hard regent. De captain zit met zijn co-piloot en een KLM waarnemer voorop het dek en zij worden doornat, maar het water is niet koud en ze houden zich warm met een onbreekbaar glas drinken. Robles zit op de rand van de boot en met zijn monumentaal lange arm wijst hij naar de indianendorpen die we passeren en naar Frans-Guyana aan de andere oever.

Onze schipper gaat voor anker bij het Indiaanse vissersdorp Galibi en met elkaar dragen we de bagage en de koelboxen vol ijs, eten en drinken aan wal. Ook steunen we onze reus de reisleider, want de laatste tijd zijn zijn kolossale voeten opnieuw gaan groeien en valt het lopen hem steeds moeilijker. In Brazilië worden ruimere schoenen voor hem op maat gemaakt.

Met Wil wandel ik rond in het dorp waar de avond valt. We zien vrijwel geen mens. Misschien hebben de bewoners ons al zien aankomen en hebben ze geen zin in confrontatie met pottekijkers. Aan waslijnen hangen lakens en kleren te drogen en op een tafel van deels verkoold hout ligt een bolle kom op een doek. Een gave vorm. Rond de kleine huizen, misschien het domein van de vrouwen, is het alles aan kant en veel zandvelden zijn aangeharkt maar aan de stranden waar de mannen hun vissersboten hebben, ligt veel troep. Vooral koelkasten roesten er kalm weg. Zijn die aangespoeld, zijn die daar ooit neergezet en omgewaaid? Een enkele sloep is ooit afgefikt en in het ruim zwemmen kikkervisjes in poelen regenwater.

's Avonds als het donker is, gaan we in de boot naar de monding van de rivier om de grote schildpadden te zien. Omdat het aardedonker is, laat ik mijn camera achter. Zo kan ik zonder aan de techniek te denken in het duister bij strijklicht op een stil strand meezoeken naar sporen van de grote schildpadden. Ze wegen honderden kilo's, kunnen in de zee zwemmen met snelheden tot veertig kilometer per uur, uren lang onder water blijven zonder adem te happen maar op het strand zijn ze traag en kwetsbaar. Slechts een op de duizend eieren overleeft de gevaren op weg naar volwassenheid maar er worden ook heel veel eieren gelegd in de kuilen die de schildpadden er voor graven. We zien er, na een poos zoeken, uiteindelijk vier. Stil, traag en schijnbaar onhandig graaft een schildpad een kuil, een stuk bij de zee vandaan waar de golven niet komen. De achterste poten blijken toch verbazend handig te zijn. Ik zie hoe deze in een ommezien een laatste gat graven als een diepe emmer en dan vallen de witte natglanzende eieren in het zand, meer dan honderd stuks. Al die tijd is het stil, alleen hoor je af en toe de ademhaling van de schildpad, een diep, hees geruis, als een loeiende storm heel ver weg.

Voor ons vertrek de volgende dag gaan we langs bij een dorpeling die ooit jager was maar nu alweer een paar jaar is bekeerd tot dierenbeschermer. Hij heeft een kleine dierentuin gebouwd en zijn dieren zitten dan wel in hokken, de meesten zouden niet eens weggaan als ze konden. Een dorpeling die nog jaagt heeft een pasgeboren aap voor hem meegenomen en de manier waarop deze zijn moeder zoekt bij de jongste stewardessen doet me denken dat die bij thuiskomst last gaan krijgen van hevige nesteldrang.

Een wat grotere speelse aap vormt met de neusbeer de bijdehante elite van de dierenverzameling. Ze vinden het best dat we ook andere dieren bekijken, maar daarbij eisen ze wel de hoofdrol op. En terecht, want ze zijn ook de leuksten van het stel. Neemt de oppasser een zwijn in zijn armen, dan springt de aap op zijn schouders en maakt duidelijk dat de zwijnenkop hem niet aanstaat. Wordt het zwijn weer bij de anderen gezet dan vecht de neusbeer met ze en hoewel de varkens groter en zwaarder zijn, moeten ze in de hoek of anders worden ze in de neus gebeten. Wie dat wil mag met de grote wurgslang spelen maar als die daarna vrij mag rondkruipen, krijgt hij straf van neusbeer en aap. De dierentuinhouder laat ons de kleine schildpadden zien, tenminste voor zover de aap dat kan verdragen want deze bespringt de schildpadden, tikt ze op de kop zodat ze die intrekken en als we weer verder lopen, rent de aap terug, springt over het hek van de schildpadden, legt ze snel allemaal op hun rug en komt dan weer met ons en onze zonnebrillen spelen.

Onze gids ziet een groot zwart insect in het zand en vangt deze snel om ons te laten zien. Ik vraag hoe het dier heet, verwacht een bloemrijke naam als ‘Zwarte Dromendief’ maar de gids zegt “familie van de tor.”

Daarna is de terugreis. Tenminste, dat is de verwachting, maar op Zanderij blijkt bij het vallen van de avond dat de kaarten in het spel van overleg tussen de verschillende sleutelfiguren hier anders worden geschud. Na een half uur komt de captain mij en een medepasagier groeten. Hij vertelt dat het er niet goed uitziet maar dat er nog een kleine kans is. We moeten op een bank op het plein wachten en erop voorbereid zijn te rennen als we worden opgehaald. Korte tijd later horen we de motoren van het toestel loeien, dan houden ze zich even in en direct daarna klinken ze luid en verdwijnt het toestel in de nacht.

We blijven nog even in Suriname!








IPB-Paramaribo :

01cockpit 02azoren 04zanderij
01cockpit.jpg
 
02azoren.jpg
 
04zanderij.jpg
 
06change 07stolkesijver 08stolkesijver
06change.jpg
 
07stolkesijver.jpg
 
08stolkesijver.jpg
 
09albina 10albina 12marowijne
09albina.jpg
 
10albina.jpg
 
12marowijne.jpg
 
13robles 15galibi 16galibi
13robles.jpg
 
15galibi.jpg
 
16galibi.jpg
 
18galibi 19galibi 20galibi-wil
18galibi.jpg
 
19galibi.jpg
 
20galibi-wil.jpg
 
21galibi 22luiaard 23neusbeer
21galibi.jpg
 
22luiaard.jpg
 
23neusbeer.jpg
 
24aap 26schildpadaap 27slang
24aap.jpg
 
26schildpadaap.jpg
 
27slang.jpg
 
28aapslang 29aapslang 30aap
28aapslang.jpg
 
29aapslang.jpg
 
30aap.jpg
 
31tor 33robles-frans 34wilfransrobles
31tor.jpg
 
33robles-frans.jpg
 
34wilfransrobles.jpg
 

(Foto's: Frans, Wil, Lucien)