|
|
Thijs huilt vol overgave. Met zijn armen voor zijn gezicht droogt hij
de tranenstroom steeds opnieuw aan de mouwen van zijn overhemd. Hij heeft zijn
vriendje Ian pijn gedaan en weet even niet hoe het verder moet. Ian zit
stil en ernstig naast hem. Hij is degene met pijn, maar hij huilt niet.
De moeder van Thijs komt erbij. Thijs moet sorry zeggen maar dat vindt hij moeilijk. Ian moet Thijs troosten en zeggen dat het geen pijn meer doet, maar Ian tilt zijn hemd op een laat de plek zien. “Het doet wel pijn” zegt hij zacht maar duidelijk.
We gaan eten maar de jongens hebben geen trek. Thijs is te moe
van het spelen en Ian heeft buikpijn.
Voor we wegrijden, vraagt hij hoe ik heet. En hij zegt
“je bent heel oud.” |