3 augustus 2007
|
|
Zijn landgoed ligt erbij alsof het jaren geleden in slaap is
gevallen. Een Lelijke Eend staat in het veld
zoals het ooit aan kwam stuiteren toen de tijd stil viel. Een stuk
verderop staat een wagen diep omarmd door struiken. Georges is gebleven,
als stoïcijnse getuige van de overwoekering en het langzaam verval.
Op de markt in Montauban zijn we hem tegengekomen. Georges, een mooie en hoffelijke man. Hij spreekt Frans maar ook Engels en Castiliaans. Engels leerde hij van zijn moeder, een Britse sportlerares. Hij zou eveneens sportleraar zijn geworden maar toen zijn vader een grote boerderij erfde, lag het meer voor de hand dat hij daar zou blijven wonen en zo is hij min of meer een boer geworden. We rijden met hem mee naar zijn grote huis. Buiten komt een herdershond ons tegemoet. Het brave dier wil wel even blaffen maar is al snel blij dat hij niet hoeft te waken en vriendschap mag sluiten met de gasten. Een kleine poes met blauwe ogen komt Georges haar vangst laten zien, een vogeltje dat gelukkig al dood is. Zijn varkensstallen zijn ingestort, mensen uit de buurt hebben de duiventil van het torentje meegenomen. In de grote schuur liggen de tafels vol gereedschappen en een hoge vlonder draagt een dozijn kinderfietsen, alles in dezelfde roestkleur verstild. De huid van een houten sloep was net geplamuurd toen het werk werd neergelegd. Het is geen onverschilligheid van Goeorges waardoor dit zo gebeurt, het gaat buiten hem om. Hij praat liefdevol over de eerste tractor die hij kocht. Hij had begin jaren zeventig een klein legaat gekregen en hij besloot te gaan mechaniseren om zodoende meer vrije tijd te hebben voor het zweefvliegen bij een vereniging in de buurt. Vrij voordelig kon hij een Hongaarse ‘Dutra-Steyr’ kopen, een model dat weinig in trek was vanwege zijn vreemde vorm met de motor in een lange neus voor de voorste wielen uitstekend. Vijfduizend kilo zwaar, een vijfliter motor die zestienduizend kilo kan trekken. Met de machine kon hij vlot over zijn land rossen en dan de natuur laten werken terwijl hij in zijn zweefvliegtuig de wolken opzocht. Later heeft hij nog andere tractoren verzameld en ook die staan in gepeins verzonken om hem heen. Binnen in huis is het donker. Het staat er vol, alsof ook de spullen van de bovenverdieping hier wachten op een verhuizing die lang geleden is uitgesteld. Georges hoopt het huis te kunnen verkopen en dan gaat hij in de stad wonen, waar hij een flatje heeft. Hij toont ons een pasfoto van zijn vrouw die een paar jaar geleden is gestorven. “Ik was geen gemakkelijke man voor haar,” vertelt Georges, “ik ging mijn eigen gang. Toen de kinderen werden geboren voelde ik me het vijfde wiel aan de wagen en ik richtte me op mijn jongensdromen, zoals het vliegen. Ik overlegde nooit en deed wat me inviel. Na de energiecrisis van 1973 verkochten veel piloten hun motorvliegtuig en ik kon voor een appel en een ei een oud ambulancevliegtuig kopen. Oerdegelijk, een sterke motor, geschikt voor bergvliegen. Mijn vrouw was als de dood maar we hebben er uitstapjes mee gemaakt naar Duitsland, Frankrijk en Italië.” Soms denkt Georges dat hij misschien harder had moeten werken om wat over te houden op zijn oude dag, en dat hij zijn vrouw meer had moeten bijstaan. “Toen ze was gestorven, merkte ik pas wat een klus het elke dag weer is om een huishouden te voeren. Altijd was het netjes, altijd was er wat te eten in huis. Als ik met mijn vrienden aan kwam, had ze in een ommezien een goede maaltijd voor ons allemaal.” Het troost hem dat zijn vrouw op haar sterfbed zei dat ze zich met hem nog nooit een dag had verveeld. Een paar dagen later als ik weer alleen op pad ben, ga ik opnieuw bij Georges langs. We gaan op de koffie bij een vriend van hem, een handelaar in metaal die een ijzeren schip op de kade naast een rivier heeft gezet om er in te gaan wonen. Hij restaureert antieke bromfietsen en motoren die her en der in zijn woonkamers staan. Een vrolijke man, een goede makker voor de zachtaardige dromer Georges.
's Avonds, als we op een plein in Moissac een ijsje eten, vertelt Georges me
dat hij laatst naar de dokter ging omdat hij zand in zijn ogen
had gekregen. “Die korrel zand is het probleem niet,” zei de dokter,
“maar u heeft een behoorlijke staar -- une bonne cataract!”
Georges weet niet of hij wel verzekerd is voor zo'n operatie,
“so I will wait and see”. We omhelzen elkaar bij het afscheid. “Ik heb nergens spijt van in mijn leven,” zegt Georges, “ik vind het alleen spijtig dat het zo eindigt.” |
|