|
|
“Begin met een vloeiende beweging en voel wat er gebeurt”, zegt de
docent tegen de meisjes in zijn groep. Hij doet een paar bewegingen voor. Soepel
en evenwichtig zwaait en draait hij, wervelt hij rond, als een blaadje in
een glas kruidenthee dat net is geroerd.
De meisjes volgen. Ieder op haar manier. De een staat vooral stil en beweegt spaarzaam, in diep gepeins verzonken, een ander danst op stille muziek. Een enkele keer dansen er twee met elkaar, tegen elkaar. Het groepje blijft bijeen op hun eilandje waar het zand steeds verder om wordt gewoeld en hun blik blijft ingekeerd. De zomerzon schijnt fel maar de stevige wind is de hele dag kil gebleven. |
|
|
|