Home

Boekhandel

17 april 2007


We wandelden regelmatig langs de plek waar hij ooit zijn boekhandel vestigde. Johan hield dan stil en bekeek de gevel, kalm, ernstig. Het gebouw was hoog en toch leek het alsof hij even groot was, alsof hij het gebouw er zelf had neergezet. Van de boeken die binnen werden verkocht kende hij de meeste auteurs van naam, een groot aantal kende hij persoonijk. Veel van hun werk, vooral gedichten, kende hij van buiten.

De dichteres Ida Gerhardt beschreef een bezoek aan hem:

(...)
Hij was sinds kort weer op het werk gebogen,
een man die lichaamspijn al niet meer acht.
Hij was veranderd en ook nìet veranderd.

En binnenskamers, bij de boekenwanden
der uitgaven, een ingekeerde pracht,
trok stil mijn ergste ongewendheid over.
(...)

Tussen twee van zijn panden was ooit een steeg en hij was er trots op dat hij destijds toestemming had gekregen om die af te sluiten. Het logo van zijn boekhandel en uitgeverij, de letter A omcirkeld, had hij door de timmerman en glaszetter boven de deur naar de hermetische steeg laten maken. Het was de tijd van hippies en in een recalcitrante bui hadden de vaklui het logo aangepast, zodat er het provo-teken prijkte. Dat heeft Johan direct laten weghalen en tot vandaag straalt zijn logo in de zon.

Voor de boekhandel zitten toeristen op het plein, en lezers. Ik zit naast twee mannen die elkaar vertellen van hun recente aanwinsten. Ze weten van duizenden boeken de details, zoals schaakgrootmeesters zich partijen herinneren en daarmee hebben ze gespreksstof voor jaren. De liefde voor de drukgeschiedenis van boeken, de kleine verschillen die het leuk maken, een handtekening in een opdrachtexemplaar. Ze gunnen elkaar ook hun schatten. Vandaag bekijken ze een kinderboek dat net uit is, en dat op een of andere manier bijzonder is geworden.

Boven in het gebouw zit de dichter en schrijver Maarten Asscher op de plek van Johan. Maarten schreef:

Vannacht heb ik van hem gedroomd. Ik zag
de rimpel die zijn grote voorhoofd plooide
spontaan versmelten in een milde lach,
waarmee hij me begroette, en hij tooide
mij luchtig met wat voor het grijpen lag
aan complimenten - als vanouds - en gooide
citaten speels in 't rond, maar vol ontzag,
alsof hij bloemen over graven strooide.

Toen werd ik wakker, sprakeloos, vervuld
van spijt om al wat hij met zijn geduld
zich eigen had gemaakt in heel zijn leven,
en even proefde ik het feit, heel even
dat alles waar een mens zijn hoofd mee vult
tot niets gelezen wordt, tot niets geschreven.

Maarten Asscher, 12-VII-1992

Ik loop verder, om het gebouw heen. Ik zoek hem in de woorden die ik in gedachten schrijf. In een hoge deuropening zit een poes alziend voor zich uit te dromen.

Dan klinkt er luid gesnor boven de daken. Een politiehelicopter hangt in de lucht. De poes kijkt op en is een moment alert, alsof ze overweegt dat dier uit de lucht te slaan.