5 augustus 2007
|
|
De bijna drieduizend grijze blokken zijn geen grafmonument, vindt
architect Eisenman, geen doodsoord maar een plek om tot nadenken te komen.
Een vriendin stuurde me vorig jaar een foto waarop ze tussen de blokken staat,
handen in de zij, breed glimlachend. Het leek me een griezelige plek voor een
typische vakantie-pose maar nu ik er zelf sta begrijp ik het.
Hoewel het een warme zomerdag is, wordt het koel als in een diepe kelder zodra ik de betonvallei binnenloop. De versteende schaduwmassa snijdt de hemel aan repen. Ik vind het moeilijk om te bepalen hoe groot de ruimte om me heen is. Iedereen is in de buurt maar op de smalle paden is niemand nabij en er is geen besloten hoek te vinden. Onbekende mensen verdwijnen maar ze keren ook steeds weer terug in een ritme dat door de blokken wordt gemarkeerd, als een ballet van zoekenden op marsmuziek. Leven en kleur zijn hier schaars en kostbaar. Ik ben opgelucht dat er anderen zijn temidden van de schaduwen, dat ik het leven zou kunnen vieren met wie leeft. |
|
|