Home


Ananas

24 december 2006

oog

In Der Silbersee, het muzikale theatersprookje van Georg Kaiser (tekst) en Kurt Weill (muziek) ziet Severin, voor een dubbeltje geboren, op een ochtend bij de kraam van een groenteboer een ananas stralen in de ochtendzon. Onbetaalbare vrucht, onwerkelijke pracht. Nooit zal hij zoiets kunnen kopen, al is de ananas neergezet alsof iedereen hem zo mee zou kunnen nemen.

Severin grijpt de ananas en zet het op een lopen maar politieman Olim is ter plekke en richt zijn pistool... de twee zijn sindsdien met elkaars lot verbonden. Olim wint een fortuin en koopt een kasteel, waar hij Severin onderdak biedt zonder dat deze weet dat zijn gastheer dezelfde is die hem kreupel schoot. Severin is verbitterd, zijn leven lang al (“ik kan me geen dag herinneren dat ik niet woedend was”) en de huishoudster manipuleert de twee ongelukkigen, de een woedend de ander verteerd door schuldgevoel, tot zij zich meester heeft gemaakt van het kasteel en de mannen opsluit. Gevangen gezet, bevrijden ze zich van wrok en schuld, en vluchten ze naar het Zilvermeer dat hen zal dragen naar een betere wereld.

Dit wintersprookje was de laatste musical die Kurt Weill in Duitsland schreef: het is begin 1933, de Ballade von Caesars Tod wordt begrepen als een aanklacht tegen Hitler, nazi's zetten het theater op stelten. Kurt Weill vlucht naar Parijs en later naar Amerika, de oceaan over.

oog